Algemeen
Spelvormen
Competitie
Puntentelling
Stijgen en dalen
Clubs en spelers
Bekerwedstrijden
Aansluitingen en financieel
Ranking-tornooien
1. Er wordt gespeeld op een speelbord met Europese afmetingen.
2. Het middelpunt van de bull moet zich op 1.73 m boven het grondvlak bevinden.
3. Vanaf het middelpunt van het speelbord moet een vrije ruimte worden voorzien van 70 cm, zowel aan de linker- als aan de rechterzijde.
4. Een vaste werpdrempel is verplicht, ofwel bevestigd op de vloer ofwel op een loopplank, op een afstand van 2.37 m van en evenwijdig met de voorzijde van het speelbord. De drempel heeft een hoogte van minimum 4 cm en maximum 10 cm en een lengte van maximum 80 cm.
5. Behalve de verlichting van de automaat zelf moet ook een minimum verlichting in de nabijheid van de werpdrempel worden voorzien.
6. Het maximum gewicht van een pijl is 18 gram.
1. Cricket cut throat (met strafpunten):
Al de vakken van 15 tot en met 20 en de bull moeten driemaal worden geraakt. De double telt voor tweemaal en de triple voor driemaal, de binnenbull voor tweemaal en de buitenbull voor eenmaal.
Wanneer een speler driemaal een getal heeft geraakt en de tegenstander nog niet, kunnen op dat getal straf-punten worden gescoord.
De speler die als eerste al de genoemde vakken driemaal heeft geworpen en tegelijk het minste strafpunten heeft, is de winnaar.
2. 501:
Het spel begint vanaf 501 en dient exact tot 0 punten te worden uitgespeeld. De speler die eerst op nul geraakt, is de winnaar. Wie bij een beurt meer punten werpt dan hij nodig heeft om op nul te komen, moet opnieuw de score van die beurt trachten te beëindigen
De wedstrijd wordt beëindigd met een double, ofwel in de buitenste ring ofwel in de double bull.
Een variante is "masters out", wanneer ook met een triple mag geëindigd worden om op nul te geraken.
1. De thuisploeg is verantwoordelijk voor de insteek.
2. Er wordt gespeeld met cricket cut throat (met strafpunten) als spelvorm.
3. In de eerste ronde worden 4 enkels gespeeld, in de tweede ronde 2 dubbels en in de derde ronde opnieuw 4 enkels.
4. Een speler kan slechts eenmaal per ronde worden opgesteld.
5. In 1e en 2e provinciale wordt naar best of 5 legs gespeeld, in de overige reeksen naar best of 3.
6. De kapitein van elke ploeg geeft zijn samenstelling per ronde door en beide samenstellingen worden dan genoteerd om de wedstrijden te bepalen.
7. De bezoekende ploeg mag de onpare games beginnen (1, 3, 5, 7 en 9), de thuisploeg de pare games (2, 4, 6, 8 en 10).
8. De wedstrijden dienen genoteerd in een wedstrijdboek dat door de BDB ter beschikking wordt gesteld.
9. De kapiteins zijn verantwoordelijk voor het goede verloop van een wedstrijd en kunnen beslissingen nemen in overleg met de andere club.
10. Het iis mogelijk een wedstrijd met 3 spelers te betwisten. In dat geval start de ploeg in kwestie met een 3-0 achterstand. Bij minder dan 3 spelers wordt een forfait toegepast. Bij 3 forfaits van dezelfde ploeg, wordt deze ploeg uit de competitie genomen en worden alle wedstrijden van deze ploeg geannuleerd.
11. Bij defect van een automaat wordt in overleg tussen beide kapiteins beslist hoe de wedstrijd verder wordt gezet. In geval van definitief defect op stroompanne, wordt de rest van een wedstrijd op een latere datum verder afgewerkt.
12. Uitstel van de wedstrijden is mogelijk met akkoord van beide ploegen. De uitgestelde wedstrijden van de heenronde moeten afgewerkt zijn voor aanvang van de terugronde, de uitgestelde wedstrijden van de terugronde moeten gespeeld worden voor de laatste competitiewedstrijd.
13. De laatste competitiewedstrijd moet op het geplande tijdstip worden gespeeld en mag niet worden verplaats.
14. Na afloop van de wedstrijd ondertekenen beide kapiteins het wedstrijdblad en moet de uitslag met een SMS worden gemeld op GSM 0474/96.94.69 op naam van Enne-Mie Wouters.
Daarna moet het wedstrijdblad via email, fax of brief gestuurd worden naar de competitieleiding voor woensdagmiddag:
Verbeeck Remi
Hensellaan B 15
2960 Brecht
email: verbeeck@proximedia.be
telex 03/313.07.52
1. Er wordt 1 punt per gewonnen game toegekend. Na de 10 te spelen games worden de punten per ploeg opgeteld.
2. Bij verlies krijgt een ploeg 0 punten, bij 5-5 gelijkspel krijgt elke ploeg 1 punt, bij winst krijgt een ploeg 2 punten.
3. Deze punten worden per reeks opgeteld om een ploegenklassement op te maken. De ploeg met het meeste punten is kampioen, enz. Bij gelijkheid zijn de gewonnen matches doorslaggevend. Indien dan nog geen beslissing is gevallen, tellen de onderlinge wedstrijden. In het uiterste geval wordt een testwedstrijd op neutraal terrein gespeeld.
4. Individueel worden punten als volgt toegekend:
1e en 2e provinciale:
3-0 winst = 5 punten
3-1 winst = 4 punten
3-2 winst = 3 punten
2-3 verlies = 2 punten
1-3 verlies = 1 punt
0-3 verlies = 0 punten
3e, 4e en 5e provinciale:
2-0 winst = 3 punten
2-1 winst = 2 punten
1-2 verlies = 1 punt
0-2 verlies = 0 punten
5. Deze punten worden toegekend bij het eerste enkelspel van elke speler.
1. Voor het seizoen 2008 - 2009 ziet de regeling er als volgt uit:
1e provinciale: 2 dalers
2e provinciale: 2 stijgers - 2 dalers
3e provinciale: 2 stijgers (de kampioen van elke reeks) - 4 dalers (de laatste 2 van elke reeks)
4e provinciale: 4 stijgers ( de eerste 2 van elke reeks) - 4 dalers ( de laatste 2 van elke reeks)
5e provinciale: 4 stijgers (de kampoetn van elke reeks en de beste tweede)
2. Stijgen en dalen is verplicht. Bij wegvallen van ploegen, wordt door bijkomende promotie naar bovenaan aangevuld.
1. Een club bestaat uit minimum 4 en maximum 15 spelers, heren, dames of gemengd.
2. Een speler die aansluit bij een club, is aan die club verbonden voor het volledige seizoen.
3. Verandering van lokaal is enkel toegestaan indien alle aangesloten spelers unaniem, zonder enige uitzondering, akkoord zijn met deze wijziging. Geen enkele uitzondering wordt toegestaan.
4. De clubnaam kan slechts in het tussenseizoen worden gewijzigd. Indien het stamnummer wordt behouden, wordt ook de plaats in de reeks behouden.
5. Indien er een ploeg splitst, worden de deelnames van elke speler in de competitie opgeteld. De groep met de meest punten (1 per competitiewedstrijd) heeft recht op het stamnummer.
1. Van bij de aanvang van de beker wordt in één wedstrijd gespeeld. De loting bepaalt het thuisvoordeel en er wordt gespeeld met rechtstreekse uitschakeling tot en met de finale.
2. Bij gelijkheid na 10 games, wordt "captains choice" gespeeld (1 enkel, 1 dubbel, 1 enkel).
Deze wedstrijden dienen gelijktijdig te worden opgegeven voor notering op het wedstrijdblad.
3. Alle wedstrijden, vanaf de voorronde, worden gespeeld naar best of 5 legs.
4. Voor de bekerwedstrijden gelden verder alle reglementen van de competitie.
1. De inschrijfgelden voor het seizoen zijn als volgt vastgesteld:
- lokaalgeld: 45 Euro
- speler: 15 Euro
- jeugdspeler: 5 euro
2. Bij inschrijving dient een ondertekend formulier per speler te worden bezorgd samen met de licentie van het voorbije seizoen of 1 actuele pasfoto.
3. Een speler moet een geldige lidkaart kunnen voorleggen bij elke deelname.
4. Nochtans kan door de BDB ook een formulier van "voorlopige aansluiting" worden uitgereikt, waarbij door de tegenpartij eventueel de identiteit van de spelers kan worden nagegaan aan de hand van het officiële paspoort. Zonder lidkaart of voorlopige aansluiting kan in geen geval worden deelgenomen.
5. Voor een forfait wordt altijd 100 (honderd) Euro boete aangerekend. Deze boete moet binnen de maand volgend op de datum van het forfait worden betaald, zoniet wordt de betrokken ploeg uit competitie genomen.
6. De uitslagen die binnen de maand niet zijn opgestuurd, worden bestraft met een forfait en de daaraan verbonden boete.
1. De tornooien worden georganiseerd door de BDB of een aangesloten club en in omstandigheden die door de BDB dienen te worden goedgekeurd.
2. Zowel leden als niet-leden mogen deelnemen. Bij inschrijving wordt nochtans een onderscheid gemaakt: leden betalen 7 Euro en niet-leden 10 Euro om mee te doen.
3. Enkel leden van de BDB Elektronische afdeling kunnen ranking-punten veroveren.
4. De organisatoren voorzien minstens 10 dartsautomaten en reiken verplicht minimum 1 trofee uit per reeks.
5. Er wordt gespeeld met cricket cut throat of 501 als spelvorm, best of 3 legs met verliesronde. Enkel de finales worden in best of 5 legs gespeeld.
6. Voor het Belgisch kampioenschap geldt een aparte regeling: 1 tornooi cricket cut throat en een tornooi 501 met rechtstreekse uitschakeling, ieder met aparte rankingpunten. Deze punten van de twee reeksen worden samengeteld door de eindstand. Bij gelijkheid geeft de uitslag van cricket de doorslag.
7. De punten van ranking-tornooien worden toegekend op basis van het aantal deelnemers. De totaalstand is de basis van nationale selecties, masters en dergelijke.
8. Er worden reeksen voor heren en dames georganiseerd.
9. De BDB garandeert 1.000 Euro per tornooi, verdeelt als volgt:
heren: (tot en met de 24e plaats): 100 - 80 - 60 - 50 - 2x40 - 2x30 - 4x20 - 4x15 - 5x10
dames: (tot en met de 16e plaats): 70 - 50 - 40 - 30 - 2x20 - 2x10
De loting gebeurt ter plaatse zodat een wedstrijdschema ontstaat van 2 - 4 - 8 - 16 - 32 - 64 - 128 ...spelers.
10. Om te bepalen wie een wedstrijd aanvangt, wordt getost. De speler die eerst werd afgeroepen, mag kiezen tussen kruis of munt. de winnaar van de toss start in de oneven legs.
11. De winnaar is verantwoordelijk voor het melden van de juiste uitslag aan de wedstrijdtafel. Nochtans is het aangeraden dat ook de verliezer de uitslag controleert.
12. Voor de individuele Masters worden de beste 64 heren en de beste 32 dames uitgenodigd volgens de volgorde in de ranking. Nochtans moeten de geselecteerden aan minstens de helft van de tornooien hebben deelgenomen.